AVP - CRISTIAN DEMOCRATA ARUBA
   
Statutonan di AVP
 
Home > Nos Partido > Statutonan di AVP

       
Doelen & Middelen Partijraad
       
Geld Middelen De Kandidatenlijst
       
Lidmaatschap Commies, Adviseur
       
Stemdistricten Huishoudelijk Reglement
       
Wijken Vergaderingen & Besluiten
       
Partijcongres Slotbepalingen
       

 
 
 
 
STATUTEN VAN DE VERENIGING ARUBAANSE VOLKSPARTIJ / CHRISTEN DEMOCRATEN ARUBA
 
Artikel 1
  top
1. De vereniging draagt de naam "ARUBAANSE VOLKSPARTIJ / CHRISTEN DEMOCRATEN ARUBA"; kortheidshalve aangeduid als AVP/CDA. Zij wordt verder in deze statuten aange- duid als de partij.
2. De zetel van de partij is gevestigd in Aruba.
3. De partij is op drie december negen- tienhonderd twee en veertig officieel opgericht.
4. Het partijjaar valt samen met het kalenderjaar.
   

 


 
DOEL EN MIDDELEN
top
Artikel 2
   
  De partij stelt zich ten doel het algemeen belang en welzijn van het Arubaanse volk te dienen en te bevorderen door haar op sociaal-christelijke grondslag gebaseerde democratische beginselen met behulp van wettige middelen in wetgeving en bestuur tot gelding te brengen.
   

 

 
Artikel 3
top
De partij tracht haar doel te bereiken door:
1. het zoveel mogelijk propageren en ingang doen vinden van de democratische ideeën gebaseerd op sociaal-christelijke grondslag;
2. er naar te streven in Aruba de politieke vereniging te zijn van alle in Aruba woonachtige stemgerechtigde burgers die zich met haar beginselen kunnen verenigen;
3. het bevorderen van de kennis van en het inzicht in politieke en staatkundige kwesties van haar leden met alle daartoe ten dienste staande wettige middelen;
4. bij de verkiezing van de leden van de volksvertegenwoordigende organen een eigen lijst van kandidaten in te dienen en er naar te streven een zo groot mogelijk aantal van haar kandidaten te doen aanwijzen;
5. er naar te streven zoveel mogelijk haar daartoe bekwame vertegenwoordigers in het bestuursorgaan te doen benoemen;
6. het, telkenmale wanneer dit wettelijk verplicht of anderszins wenselijk is, op basis van haar beginselen opstellen van een programma van actiepunten teneinde haar concrete doelstellingen duidelijk te maken en haar vertegenwoordigers in wetgevende en besturende organen een bindende richtlijn te geven;
7. het nauw samenwerken, eventueel in organisatorisch verband, met politieke verenigingen in andere landen, welke overeenkomstige beginselen aanhangen, met behoud van eigen zelfstandigheid;
8. het aangaan en handhaven van internationale
betrekkingen voor zoverre dit met het doel en de beginselen van de partij overeenkomt en voor zoverre de wet dit toelaat;
9. alle andere wettige haar ten dienste staande middelen welke zij voor het bereiken van haar doel bevorderlijk acht.
   

 


 
GELDMIDDELEN
top
Artikel 4
   
1. Het vermogen van de partij bestaat uit:
  a. het partijkapitaal;
  b. hetgeen door schenking, erfenis, legaat e.d. wordt verkregen;
  c. in eigendom verkregen goederen;
  d. eventueel gevormde reserves.
     
2. De inkomsten van de partij bestaan uit:
  a. de contributies van de leden;
  b. de opbrengsten van het vermogen en van de investeringen;
  c. eenmalige zowel als periodieke donaties;
  d. door wettige middelen verkregen andere baten.
   
3. Beheer en administratie der geldmiddelen geschieden door de penningmeester, bijgestaan door de wijkpenning-meesters en de stemdistrictspenningmeesters.
     
4. Controle op het financiële beheer vindt tenminste eens per jaar in de maand februari plaats door een daartoe door de partijraad aangewezen kascommissie bestaande uit drie personen, waarvan elk jaar één lid aftreedt dat dan terstond herkiesbaar is, dan wel door één door de partijraad aangewezen accountant of andere financiële deskundige. Het controle-verslag wordt schriftelijk uitgebracht aan de partijraad.
     

 


 
LIDMAATSCHAP
 
Artikel 5
  top
1. De partij kent leden, aspirantleden en ereleden.
2. Het lidmaatschap en het aspirantlidmaatschap staan open voor eenieder, zonder onderscheid van godsdienst, ras, geslacht, taal, nationale of maatschappelijke afkomst, vermogen of welk onderscheid dan ook, die:
  a. geen lid is van een andere politieke partij of politieke organisatie in Aruba;
  b. door een stemdistrictsbestuur wordt voorgedragen en door het partijbestuur als zodanig wordt toegelaten.
   
3. Het lidmaatschap geldt voor kiesgerechtigden volgens de Kiesverordening en het aspirantlidmaatschap voor niet-kiesgerech- tigden, mits de leeftijd van zestien jaar bereikt hebbende.
4. Het aspirantlidmaatschap gaat over in lidmaatschap zodra het lid aan de voorwaarden voor het verkrijgen ervan voldoet.
5. Ereleden zijn zij die zich op zeer bijzondere wijze ten behoeve van de partij verdienstelijk hebben gemaakt. Zij worden door het congres benoemd op voordracht van het partijbestuur.
6. Het lidmaatschap c.q. het aspirantlid- maatschap eindigen door vertrek naar het buitenland, tenzij door het lid c.q. het aspirantlid schriftelijk om voortzetting ervan wordt verzocht.
7. Zij die als lid zijn toegelaten bezitten in de partij stemrecht, zowel in actieve als in passieve zin, met dien verstande dat een lid, teneinde het stemrecht, passief of actief, te kunnen uitoefenen, een bewijs
moet overleggen dat hij niet achterstallig is met het betalen van de in het huishoudelijk reglement vastgestelde contri- butie.
8. Al hetgeen verder in verband staat met de uitwerking van dit artikel wordt nader in het huishoudelijk reglement geregeld.
   

 

 
Artikel 6
  top
  Het lidmaatschap c.q. aspirantlidmaatschap van de partij eindigen door:
  a. het overlijden van het lid c.q. aspirantlid;
  b. schriftelijke opzegging van het lid c.q. aspirantlid zoals geregeld in het huishoudelijk reglement;
  c. schriftelijke opzegging van het lid c.q. aspirantlid door het partijbestuur, al dan niet op voordracht van het stemdistricts- bestuur;
  d. ontzetting uit het lidmaatschap c.q. uit het
aspirantlidmaatschap als bedoeld in artikel 8 van deze statuten.
     

 

 
Artikel 7
  top
1. Opzegging door het partijbestuur kan, met inachtneming van een termijn van tenminste dertig dagen, plaatsvinden ingeval het lid c.q. het aspirantlid:
  a. ophoudt te voldoen aan de eisen van lidmaatschap c.q. aspirantlidmaatschap in deze statuten gesteld;
  b. met betaling van aan de partij ver- schuldigde gelden in gebreke is gebleven;
  c. bij toelating zodanige onjuiste of onvolledige gegevens heeft verstrekt dat, naar redelijkerwijze valt aan te nemen, tot weigering zou zijn besloten indien de juiste en volledige gegevens bekend zouden zijn geweest;
  d. zich zodanig gedraagt, dat van de par- tij redelijkerwijze niet gevergd kan worden het lidmaatschap c.q. het aspirantlidmaatschap te laten voort- duren.
   
2. In de gevallen, genoemd in de onderdelen a, c en d van het eerste lid, gaat het partijbestuur niet tot opzegging over dan na het lid in de gelegenheid te hebben gesteld zich binnen de in het huishoudelijk reglement vastgestelde termijn te verweren.
3. Het partijbestuur stelt het lid c.q. het aspirantlid schriftelijk, bij aangetekend schrijven, in kennis van de opzegging en vermeldt in de brief de gronden waarop de opzegging berust.
   

 

 
Artikel 8
top
1. Ontzetting uit het lidmaatschap c.q. het aspirantlidmaatschap geschiedt op voordracht van het stemdistrictsbestuur waarbij het betreffende lid c.q. het aspirantlid is ingedeeld of van de partijraad, met instemming van het stemdistrictsbestuur waarbij het betreffende lid is ingedeeld, wanneer het lid c.q. aspirantlid in strijd met de statuten, het huishoudelijk reglement of besluiten van de partij handelt, of de partij op onredelijke wijze benadeelt.
2. De ontzetting geschiedt door het partijbestuur en de procedure tot ont- zetting wordt verder in het huishoudelijk reglement geregeld.
3. Tegen het besluit tot opzegging van het lidmaatschap c.q. het aspirantlidmaatschap door de partij of tot ontzetting staat be- roep open bij de commissie van beroep. Het beroep is mogelijk binnen 30 dagen na ontvangst van de kennisgeving van het besluit tot opzegging of ontzetting.
   

 


 
STEMDISTRICTEN
 
Artikel 9
top
1. De partij oefent haar werkzaamheden in alle door Land Aruba vastgestelde stemdistricten uit.
2. Een lid c.q. aspirantlid van de partij wordt bij het stemdistrict ingedeeld waaronder hij volgens de laatst uitgegeven bijlage XV van het Kiesbesluit valt.
3. Met goedkeuring van het stemdistrictsbestuur kan een lid c.q. aspirantlid om organisatorische redenen bij een ander stemdistrict worden ingedeeld dan waartoe hij volgens de in lid 2 genoemde bijlage hoort.
   

 

 
Artikel 10
top
1. Door de leden die bij een stemdistrict zijn ingedeeld wordt op een algemene vergadering van het stemdistrict, uiter- lijk in de maand oktober te houden, een stemdistricts-bestuur gekozen bestaande uit tenminste vijf en ten hoogste negen leden.
2. Het stemdistrictsbestuur wijst uit zijn midden een stemdistrictsvoorzitter, een stemdistricts-secretaris en een stemdistrictspenningmeester alsmede voor elke dezer functionarissen een vervanger aan.
3. Tegelijk met het stemdistrictsbestuur wordt de stemdistrictscoördinator in functie gekozen. Hij maakt deel uit van het stemdistrictsbestuur en is de functiona- ris die het stemdistrict in de partijraad vertegenwoordigt. Bovendien is de stemdistrictscoördinator verantwoordelijk voor alle werkzaamheden in zijn stemdis- trict die direct of indirect betrekking hebben op verkiezingen voor volksvertegen- woordigende lichamen.
4. Het stemdistrictsbestuur treedt, overeen- komstig een door het stemdistrictsbestuur vast te stellen schema, na ten hoogste drie jaar af en is onmiddellijk herkiesbaar.
   

 

 
Artikel 11
top
1. Op voordracht van het stemdistrictsbestuur benoemt het partijbestuur een aantal leden uit het stemdistrict tot subcoördinatoren van het stemdistrict, waarvan het aantal door de partijraad wordt vastgesteld. De subcoördinatoren staan de coördinatoren bij in hun werkzaamheden.
2. Op voordracht van het stemdistrictsbestuur benoemt het partijbestuur een aantal leden uit het stemdistrict tot activisten van het stemdistrict, waarvan het aantal door de partijraad wordt vastgesteld. De activist is verantwoordelijk voor het onder toezicht van de subcoördinator begeleiden van een aantal kiesgerechtigde ingezetenen uit het stemdistrict, bij voorkeur woon- achtig in de directe omgeving van de activist.
   

 

 
Artikel 12
top
1. Het stemdistrictsbestuur heeft tot taak het behartigen van de belangen van het eigen stemdistrict binnen het verband van de partij en het zorgdragen voor de uitbouw van het aantal leden van het stemdistrict door propaganda en ledenwerving.
2. Het stemdistrictsbestuur kan, bij monde van de stemdistrictscoördinator, dan wel schriftelijk, het partijbestuur en de partijraad, eventueel ongevraagd, van ad- vies dienen.
   

 


 
WIJKEN
 
Artikel 13
top
1. Door het partijcongres is Aruba verdeeld in de volgende wijken:
  a. Noord;
  b. Paradera;
  c. Santa Cruz;
  d. Savaneta;
  e. San Nicolas;
  f. Pos Chiquito;
  g. Playa Pabou en Playa Central;
  h. Playa Pariba.
     
2. De partijraad bepaalt in overleg met de wijken en de stemdistricten tot welke wijk een stemdistrict hoort.
3. Op verzoek van een, bij huishoudelijk reglement nader vast te stellen minimum aantal leden, die de wens te kennen geven in een nieuwe wijk te worden ingedeeld, dan wel uit eigener beweging, kan het partijbestuur, zo het daartoe gegronde redenen aanwezig acht, een voordracht aan het partijcongres doen om een nieuwe wijk vast te stellen.
   

 

 
Artikel 14
top
1. Het wijkbestuur wordt gevormd door de stemdistrictscoördinatoren van de stemdis- tricten van de wijk.
2. Jaarlijks in de maand november verdelen de wijkbestuursleden de bestuursfuncties onderling, met dien verstande dat er een wijkvoorzitter, een wijksecretaris en een wijkpenningmeester dient te zijn alsmede voor elke dezer functionarissen een plaatsver vanger.
3. Op voordracht van het wijkbestuur benoemt het partijbestuur uit de leden van de wijk een regionale coördinator, die de werkzaam- heden van de wijkcoördinatoren direct of indirect betrekking hebbende op verkiezingen moet coördineren.
4. De regionale coördinator is lid van het wijkbestuur en lid van de partijraad.
   

 


 
PARTIJCONGRES
 
Artikel 15
top
1. Het partijcongres is het hoogste orgaan van de partij. In uiterst principiële aange- legenheden, zoals in ieder geval: coalitie- vorming, het gaan dragen van regerings- verantwoordelijkheid, wijziging van ideo- logie en het aanwijzen van een partijleider, neemt het partijcongres, zo nodig, een beslissing.
2. Het partijcongres vergadert tenminste eenmaal in de twee jaar, uiterlijk in de maand november.
3. Het partijcongres kan daarnaast door het partijbestuur en of door de partijraad in een buitengewone vergadering voor het nemen van een beslissing bijeen geroepen worden. De vergaderingen van het partij- congres worden geleid door de voorzitter van het partijbestuur of een door het partijbestuur benoemde voorzitter.
   

 

 
Artikel 16
  top
  Aan het partijcongres nemen deel:
  a. leden van het partijbestuur, van de partijraad en van de stemdistrictsbesturen;
  b. een aantal door ieder stemdistrictsbestuur uit zijn stemdistrict te benoemen gedele- geerden volgens door het partijbestuur gege- ven richtlijnen gebaseerd op evenredige vertegenwoordiging;
  c. commissieleden en adviseurs;
  d. door het partijbestuur uit te nodigen gasten.
   

 


 
PARTIJRAAD
 
Artikel 17
  top
1. De partijraad is het orgaan van de partij waarin alle met betrekking tot de partij nodige beslissingen worden genomen, met uitzondering van het gestelde in artikel 15 lid 1.
2. De partijraad komt regelmatig, doch tenminste eenmaal per maand, in vergadering bijeen.
3. Eens per jaar, uiterlijk in de maand december, belegt de partijraad zijn jaar- vergadering.
4. Op de jaarvergadering welke door het partijbestuur wordt opgeroepen:
  a. geeft het partijbestuur aan de partij- raad verantwoording van het door het partijbestuur gevoerde dagelijks beleid;
  b. brengt het partijbestuur verslag uit over de financiële toestand van de partij;
  c. wordt het partijbestuur gekozen.
5. De voor het kiezen van het partijbestuur te volgen procedure wordt nader in het huishou delijk reglement geregeld.
   

 

 
Artikel 18
top
  Indien er, naar het oordeel van de partijraad en of van het partijbestuur, sprake is van een beslissing, genomen of te nemen omtrent een uiterst principiële c.q. uiterst belangrijke aangelegenheid de partij betreffende, dan dient deze aangelegenheid, voor het nemen van een beslissing, zo nodig met spoed, aan het partijcongres te worden voorgelegd.
   

 

 
Artikel 19
  top
  De samenstelling van de partijraad komt als volgt tot stand:
  a. de leden die aan de laatst gehouden algemene verkiezingen voor volksvertegen-woordigers als kandidaat van de partij hebben deelgenomen.
  b. de voor de partij in het uitvoerende orgaan zitting hebbende leden;
  c. de in functie gekozen stemdistricts- coördinatoren;
  d. de regionale coördinatoren;
  e. de door de partijraad, op gronden in het huishoudelijk reglement vast te stel- len, benoemde leden, met dien verstande dat het aantal op deze wijze benoemde leden maximaal 1/5 van het aantal leden overeenkomstig de onderdelen a en b van dit artikel samen, mag bedragen.
   

 

 
Artikel 20
top
1. Een lid van de partijraad, dat om welke reden dan ook ophoudt lid van de partij te zijn, dan wel ophoudt stemdistrictscoördi- nator te zijn, houdt daarmee zonder meer op lid van de partijraad te zijn.
2. In een opengevallen plaats in de partijraad wordt, indien het een stemdistricts- coördinator betreft, voor de overige duur van de zittingsperiode van het afgetreden lid voorzien door middel van een verkiezing voor een stemdistrictscoördinator in het betreffende stemdistrict.
3. Een partijraadslid kan door de partijraad tijdelijk als partijraadslid geschorst worden, indien hij met regelmaat zonder geldige bij het partijbestuur bekend zijnde redenen, de vergaderingen van de partijraad niet bijwoont. De in deze te volgen procedure zal nader geregeld wor- den in het huishoudelijk reglement.
   

 

 
Artikel 21
top
  Het partijbestuur, tevens partijraadsbestuur, bestaat uit een oneven aantal meerderjarige leden, met dien verstande dat het aantal minimaal zeven en maximaal elf bedraagt: de voorzitter, de secretaris en de penningmeester, voor elke van deze functionarissen een plaatsvervanger en een aantal commissarissen. De voorzitter van het partijbestuur is de door het partijcongres gekozen partijleider en de overige partijbestuursleden worden door de partijraad gekozen op de wijze zoals voorgeschreven in het huishoudelijk reglement.
   

 

 
Artikel 22
top
  Treedt een lid van het partijbestuur af als partijraadslid, dan treedt hij daarmee tegelijkertijd af als lid van het partijbestuur. Wordt hij als partijraadslid wederom toegelaten, dan treedt hij slechts dan weer op als lid van het partijbestuur indien de partijraad hem daartoe opnieuw heeft aangewezen.
   

 

 
Artikel 23
  top
  Het partijbestuur heeft tot taak:
  a. het geven van dagelijkse leiding aan de partij, haar leden en haar organen;
  b. de uitvoering der dagelijkse werkzaamheden;
  c. de uitvoering van de werkzaamheden welke hem door de partijraad zijn opgedragen;
  d. het voorbereiden van al hetgeen in de partijraad ter overweging en beslissing moet worden gebracht;
  e. het zorgdragen voor de naleving van de statuten, het huishoudelijk reglement en de genomen besluiten;
  f. het nemen van beslissingen die op zeer korte termijn genomen dienen te worden, mits niet in strijd met artikel 15;
  g. het vertegenwoordigen van de partij in en buiten rechte met dien verstande dat dit geschiedt door de voorzitter of diens ver- vanger, de secretaris of diens vervanger en de penningmeester of diens vervanger te- zamen;
  h. het verrichten van alle andere werkzaamheden welke voor een goed functioneren van de partij noodzakelijk zijn.
   

 

 
Artikel 24
top
1. Tegen het beleid, de besluiten, de richtlijnen en overige handelingen van het partijbestuur is binnen de partij te allen tijde schriftelijk beroep mogelijk op de partijraad, welks beslissing bindend is. Een en ander onverminderd het bepaalde in artikel 18.
2. De te volgen procedure van het in lid 1 bedoelde beroep wordt nader in het huishoudelijk reglement geregeld.
3. Hangende de beslissing van dit beroep dienen de door het partijbestuur gegeven richt- lijnen te worden gevolgd.
4. Het beroep kan plaats vinden door elk op grond van of krachtens deze statuten ingesteld partijorgaan of door een groep van tenminste vijfentwintig leden van de partij.
5. Het beroep dient door de partijraad binnen tien dagen na ontvangst in behandeling genomen te zijn, met dien verstande dat er in vergadering over wordt beraadslaagd, terwijl omtrent het beroep binnen dertig dagen dient te worden beslist.